Historiek van het reglementaire en wettelijke kader
Vroeger bestond voor heel België alleen het verbod bepaald door de wet van 11 maart 1950 (opgeheven in 1971) die in artikel 3 nadrukkelijk stelt: “geen enkele toelating is noodzakelijk voor het lozen van natuurlijk water of huishoudwater, voor ander afvalwater, het storten vergt een voorafgaandelijke toelating van het schepencollege of de technische ambtenaar van de zuiveringsdienst voor afvalwater”.
Op deze basis namen vrachtwagens van privébedrijven en bepaalde gemeentelijke entiteiten de gewoonte om de opgehaalde afvalstoffen te lozen op de terreinen die voorbehouden waren voor de vuilstortplaats of in openbare collectoren, en dit zonder al te veel reactie van de voormelde autoriteiten en zonder besef van de schade die het leefmilieu na termijn zou kunnen ondervinden.
De wet van 26 maart 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren stelt echter nadrukkelijk in artikel 5 : “de toelating voor lozing van ander afvalwater dan de normale huishoudwateren, in de openbare riolen en/of in het water van het openbaar hydrografische netwerk wordt afgeleverd door de directeur van het Waterbedrijf waar de lozingplaats zich bevindt.”
Artikel 8 gaf de definitie van drie waterzuiveringsstations met name :
- het waterzuiveringsstation van het Kuststroomgebied,
- het waterzuiveringsstation van het Stroomgebied van de Schelde en
- het waterzuiveringsstation van het Stroomgebied van de Maas, de Seine en de Rijn .
Het district van elk van deze bedrijven werd beperkt door het koninklijke besluit van 26 juli 1972.
Het bedrijf van het Kuststroomgebied werd operationeel in 1975. Zij was o.a. bevoegd voor de provincie Brabant en Brussel
De Vlaamse Waterzuiveringsmaatschappij, via decreet opgericht op 23 december 1980, heeft echter geen bevoegdheid meer voor Waals-Brabant of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Men moet wachten op het decreet van 16 juni 1982 voordat in het Waalse Gewest de overdracht van nationale bevoegdheden wordt georganiseerd op het gebied van oppervlaktewateren, aangevuld met het decreet van 7 oktober 1985 over de bescherming van oppervlaktewateren, de decreten “COOLS” van 1990 inzake de bescherming en de ontginning van drinkbare wateren en het invoeren van een belasting op het lozen van industriële en huishoudafvalwateren. Dit decreet leidde tot het ontstaan van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 22 september 1990 die de toelatingsregels van ruimers bepaalt.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal op de wet van 16 juni 1989 moeten wachten betreffende verschillende institutionele hervormingen om de bevoegdheden te krijgen van de wet van 1971.
Van 30 april 1982 tot 16 juni 1989 bevond de Brusselse regio zich in een juridische leegte. In 1989 wordt het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) waarvan de huidige benamingBrussel Leefmilieu.
is.
De verschillende teksten binnen de drie regio’s kunnen gemakkelijk gevonden worden via de volgende links :
- www.ibgebim.be voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- www.ovam.be voor het Vlaamse Gewest
- environnement.wallonie.be voor het Waalse Gewest
Nederlands
English
Français